JANKO BERMAN sculpturen

Het Zoölogisch Museum organiseerde de tentoonstelling: janko BERMAN sculpturen

Op vrijdag 6 oktober 1989 opende Madeleine van Lennep van het Centrum Beeldende Kunsten in Utrecht de tentoonstellingszalen van het Aquariumgebouw aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam.


 

HET KUNSTWERK
Door: Jaap Stam 20 oktober 1989,

De gewonde vogel is opvallend aanwezig, de bezoeker van de tentoonstelling ‘Janko Berman, sculpturen’ in het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam kan er niet om heen. Het radeloze dier is in uiterste nood en wil je omklemmen met zijn machtige vleugels. De maker van het bronzen beeld: ‘Ik heb er eigenlijk niks aan toe te voegen, zet dat maar boven je artikel. Bij het maken van het beeld heb ik geen vogel in gedachte gehad, ik ben gewoon begonnen met deze vorm op drie punten te laten rusten. Ik had wel eens een vogel gemaakt die andersom staat, die dus op zijn borst rust met de vleugels naar boven, maar dat was te veel een vogel die neerstort en dat vind ik te dramatisch. Dit heeft wel iets waardigs; het is aangrijpend maar hij kan zich nog oprichten. Aan de stand kun je zien dat hij uit balans is; dat is de natuur ook.’

Symboliseert het de dood of de doodstrijd, de rampen die zich in en met de natuur voltrekken?
‘Ik heb niet zo de behoefte die dingen letterlijk te benoemen. Als de vogel dat voor jou symboliseert vind ik dat prima. Het is het gevecht om te overleven, dat geldt voor vogels, dat geldt voor mensen; het gevecht om de natuur te behouden. Ik vind dat mensen meer de ongerepte staat van de natuur moeten respecteren, ze moeten niet alles in cultuur willen brengen. Maar dit zeg ik allemaal achteraf. Je maakt iets, waarom is vaak niet zo duidelijk, ik heb er niet zo’n bedoeling mee. Achteraf zie je dan: hé, dit zou wel eens van pas kunnen komen bij een ramp met een olietanker, maar ik ben totaal niet uit op de politieke aspecten.’
De in Rotterdam geboren Amsterdamse beeldhouwer Janko Berman (33) is duidelijk niet gewend om over zijn drijfveren te praten; de ziel van de kunstenaar  laat zich moeilijk doorgronden. Een rode draad in zijn werk is de natuur; daarin vindt hij een onuitputtelijke bron van inspiratie. Met de natuur heeft hij een ambivalente verhouding, hij is er niet dienstbaar aan. ‘Dieren bieden mij de mogelijkheid een eigen vorm te creëren, vaak maak ik pars pro toto’s. Vinnen zouden ook vleugels kunnen zijn, dat idee spreekt mij aan, er zit een bepaald abstractieniveau in, het stimuleert de fantasie. Het is de bedoeling dat het mijn vogel wordt, ik ben niet dienstbaar aan de natuur maar aan mijn eigen fantasie. Achteraf zeg ik ook niet: het lijkt op een vogel, dat remt me alleen maar want dan heb ik het gevoel dat ik iets moet verantwoorden.’

De expositie (tot 12 januari in het Zoölogisch Museum in het Aquariumgebouw van Artis) toont in hoofdzaak vogels – want daar lijken ze toch verdacht veel op – en het onderwatergebeuren. Het is meer een representatieve weergave van vissen en vogels, Berman geeft er een monumentale kwaliteit aan. ‘Vaak laat ik bepaalde dingen weg, ik vereenvoudig dingen, de expressie gaat voor, niet of het nou allemaal wel klopt. De fantasie staat voorop in de kunst, niet de verantwoording van de werkelijkheid.’

Waarom neemt een kunstenaar de natuur als object?
‘Uitdrukking geven aan mijn bewondering, de schoonheid van de natuur. Maar de natuur is slechts een aanleiding, het is niet zo dat ik monomaan ben in de zin van dat ik me alleen maar bezighoud met de natuur. Ik maak ook andere dingen die nog verder geabstraheerd zijn, maar ook figuratieve dingen zoals portretten van mensen; in de breedste zin is dat natuurlijk ook allemaal onderdeel van de natuur. Mijn uiteindelijke drijfveer is mijn gevoel uiten.’

JAAP STAM

Uit: FOLIA 9, 20 oktober 1989


Reacties zijn uitgeschakeld